19 December, 2008 — onderwerp: Onderwijs

Voorschool

17early_600

Drie mannen op stoeltjes in een klaslokaal. Het heeft altijd iets van reuzen in een wereld van dwergen. Hun lach lijkt echt en er is interactie met die hoofdjes voor ze. De middelste kennen we ondertussen allemaal: Barack Obama, the president elect van de VS. Links van hem zijn VePe: Joseph Biden. Maar rechts van hem zit de nieuwe onderwijsminister van de Verenigde Staten: Arne Duncan, voormalig basketballer, persoonlijke vriend van Obama en tot voor kort de voormalige baas van het openbaar onderwijssysteem van Chicago. Duncan heeft volgens allerlei bronnen een mooi staaltje van evenwichtskunst in Chicago getoond. Hij heeft de twee kampen in het Amerikaanse onderwijs tevreden gesteld: de onderwijsvakbonden en de onderwijshervormers.

Opvallend aan Obama en het onderwerp onderwijs vind ik altijd dat het woord segregatie zorgvuldig wordt vermeden. Wat dat betreft is de vraag wat Duncan gaat doen. Het ziet er naar uit dat Obama en Duncan een ferme eerste stap gaan doen. Samen schreven ze het programma voor onderwijs waarin ze 10 miljard dollar voor voorschoolse programma’s aankondigden. Er is niet meer zo veel geld in preschool programms gegaan sinds het eerste programma in de jaren zestig, Head Start.  Voorscholen kosten veel geld zo rekent de schrijver in het bijbehorende artikel in the New York Times voor. Een plaats in een goed en effectief voorschools programma kost 18.000 dollar per jaar. Bijna net zoveel als een privé kinderdagverblijf in New York. Dat komt doordat er drie leidsters zijn op zeven kinderen. Maar, zo rekent Obama ons voor in zijn onderwijsprogramma, iedere dollar in goede en effectieve voorschoolse opvang bespaart de samenleving in de toekomst zeven tot tien dollar op criminaiteitsbestrijding, het bestrijden van leerachterstanden en een plaatsje in de gevangenis.

Zoveel geld voor een van de weinige effectieve maatregelen tegen onderwijsachterstanden mag een voorbeeld zijn voor Nederland waar de kwaliteit van de Voorscholen nog steeds niet om over naar huis te schrijven zijn. Te weinig goed personeel en teveel kinderen in een groep. In een eerste onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de Voorscholen was te lezen dat over de meeste projecten geen oordeel was te geven wegens het ontbreken van gegevens.  In Amsterdam klaagde een deelraadslid over het gebrekkige Nederlands dat sommige Voorschoolleidsters praten. En omdat Voorscholen vast zitten aan basisscholen hebben ze ongewild een segregerende werking. Er komt een vaste stroom kinderen van vaak Marokkaanse en Turkse kinderen de school binnen en die weerhoudt middenklassen ouders om hun kind op de school te doen


18 December, 2008 — onderwerp: Onderwijs

Rust in het onderwijs?

Volgens het rapport Dijsselbloem naar aanleiding van de parlmentaire enqute moest het onderwijs rust krijgen. Maar het onderwijs  is een half jaar later allesbehalve rustig:  de onderwijzers in het voortgezet onderwijs staken,  het rekenniveau zakt, onderwijsminister Plasterk doet een voorstel om iets te doen aan het voorsorteren op twaalfjarige leeftijd, de zeven weken zomervakantie in het voortgezet onderwijs moeten teruggebracht worden naar zes, ouders die zich van staatssecretaris Bijsterveld meer moeten bemoeien met het onderwijs van hun kinderen. Enfin, ga zo maar door.

Eigenlijk kan je er maar een conclusie uit trekken: Onderwijs staat nog steeds zeer hoog op de agenda. Maar tegelijkertijd is de discussie niet opbouwend. De kampen staan vaak lijnrecht tegen over elkaar. En dat biedt geen hoop op goede verandering waar iedereen het mee eens is. Zou het ooit eens mogelijk worden dat er een opbouwende discussie komt over onderwijs? Wellicht ligt dat besloten in de organisatie van het Nederlandse onderwijs waar niemand, van consumenten, werknemers, bestuurders tot de landelijke overheid het gevoel heeft dat ze invloed hebben op het onderwijs. Misschien dat we het daar als eerste eens over moeten hebben: Van wie is het onderwijs en wie heeft waar iets over te zeggen?